MISVATTING: DODE LEDEN MEEGETELD

Volgens een populaire misvatting zou De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen overledenen meetellen als leden van de kerk.

Deze misvatting is ongetwijfeld voortgekomen uit de praktijk om dopen voor de doden te doen én het feit dat de kerk voortdurend een grote groei doormaakt. Onbegrip van beide leidde tot de conclusie dat de kerk dan wel overledenen mee moest tellen als leden van de kerk. Dit is echter niet het geval.

Net als in de vroegchristelijke kerk (zie 1 Korintiërs 15:29) wordt er in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aan dopen voor de doden gedaan. Heel in het kort komt het erop neer dat levende leden van de kerk, vaak nakomelingen van de overledenen, zich plaatsvervangend voor de gestorvenen laten dopen. Hiermee krijgen de doden in het hiernamaals alsnog de kans om het volle evangelie van Jezus Christus te aanvaarden. Het gaat dus om een plaatsvervangende doop van levende mensen die optreden namens overleden personen - het is een doop voor de doden, niet van de doden. De overledenen kiezen in het hiernamaals zelf of zij die doop aanvaarden of niet.

Dit betekent echter niet dat de namen van de doden voor wie dit werk is gedaan, worden meegeteld in de ledenregisters van de kerk. Dat is namelijk niet het geval. Er wordt alles aan gedaan om te zorgen dat de ledenregisters uitsluitend namen bevatten van personen die in leven zijn.

Een variatie op dit misverstand is misschien ook het behandelen waard: de bewering dat leden in het ledenregister worden gehouden tot ze 110 jaar oud zouden zijn geweest, terwijl de meesten in werkelijkheid zo'n eerbiedwaardige leeftijd niet halen.

Dit is een bewering die waarschijnlijk voortkomt uit het verkeerd begrijpen van de instructie die de kerk haar leden geeft dat zij bij het doen van hun genealogisch onderzoek iemand met een geboortedatum van langer dan 110 jaar geleden als overleden mogen beschouwen. Is de geboortedatum 110 jaar of minder geleden, dan is er een sterfdatum vereist. Deze instructie wordt door sommigen uitgelegd als zijnde een gebruik om de namen van leden in de ledenregisters te houden tot ze 110 zouden zijn geweest. Deze aantijging is echter onjuist. De kerk stelt alles in het werk om op de hoogte te blijven van sterfdatums van haar leden, en verwerkt de verkregen sterfgegevens zo snel mogelijk.