Joseph Smith
Joseph Smith

VERVOLGING

Joseph gehoorzaamde God en sloot zich bij geen van de bestaande kerken aan. Toen hij anderen vertelde wat hij had gezien en gehoord, kreeg hij tot zijn verbazing te maken met tegenstand en vervolging. In zijn eigen woorden:

'Enkele dagen nadat ik dit visioen had ontvangen, bevond ik mij toevallig in het gezelschap van een der methodistische predikanten, die zeer actief was bij de eerder genoemde godsdienstige opwinding; al sprekend met hem over het onderwerp godsdienst, nam ik de gelegenheid te baat om hem te vertellen van het visioen dat ik had ontvangen. Ik was zeer verbaasd over zijn optreden; hij nam hetgeen ik vertelde niet alleen lichtvaardig op, maar zelfs met grote minachting, zeggende dat het allemaal van de duivel kwam, dat zaken als visioenen of openbaringen tegenwoordig niet bestonden; dat al dergelijke dingen met de apostelen waren opgehouden en dat die er nooit meer zouden zijn.'

'Ik bemerkte echter spoedig dat het vertellen van mijn verhaal onder geloofsbelijders veel vooroordeel tegen mij had opgewekt en de oorzaak was van hevige vervolging, die steeds toenam; en hoewel ik een onbekende jongen was, nog maar veertien à vijftien jaar oud, en mijn levensomstandigheden van dien aard waren dat ze mij tot een onbetekenende jongeman in deze wereld maakten, sloegen vooraanstaande mannen toch voldoende acht op mij om de openbare mening tegen mij te doen keren en een bittere vervolging te ontketenen; en dat was het geval onder alle sekten - alle verenigden zich om mij te vervolgen.'

'Het heeft mij in die tijd, en sindsdien nog vaak, tot ernstig nadenken gestemd - hoe uitermate vreemd het was dat een onbekende jongen van amper veertien jaar, en bovendien een die noodgedwongen in een karig bestaan moest voorzien door zijn dagelijkse arbeid, als figuur belangrijk genoeg werd geacht om de aandacht te trekken van de voormannen van de belangrijkste sekten van die tijd, en wel op zo'n manier dat dit bij hen een geest van de bitterste vervolging en beschimping deed ontstaan. Maar, vreemd of niet, het was zo, en het bezorgde mij dikwijls groot verdriet.'

'Hoe dan ook, het was toch een feit dat ik een visioen had gezien. Ik heb sindsdien gedacht dat ik mij ongeveer zoals Paulus voelde toen hij zich voor koning Agrippa verdedigde en zijn verhaal deed van het visioen dat hij had gehad, toen hij een licht zag en een stem hoorde; maar toch waren er slechts weinigen die hem geloofden; sommigen zeiden dat hij een leugenaar was, anderen zeiden dat hij waanzinnig was; en hij werd bespot en beschimpt. Maar dat alles deed aan de werkelijkheid van zijn visioen niets af. Hij had een visioen gezien, en hij wist het, en alle vervolging onder de hemel kon dat niet veranderen; en al vervolgden zij hem ten dode toe, toch wist hij, en zou dat weten tot zijn laatste ademtocht, dat hij zowel een licht had gezien als een stem tot zich had horen spreken, en de gehele wereld kon hem niet anders doen denken of geloven.'

'Zo was het ook met mij. Ik had werkelijk een licht gezien, en te midden van dat licht had ik twee Personen gezien, en Zij hadden werkelijk tot mij gesproken; en al werd ik gehaat en vervolgd omdat ik zei dat ik een visioen had gezien, het was toch waar; en terwijl zij mij vervolgden, smaadden en liegende allerlei kwaad van mij spraken omdat ik dat zei, werd ik ertoe gebracht mijzelf af te vragen: Waarom mij vervolgen voor het spreken van de waarheid? Ik heb echt een visioen gezien, en wie ben ik, dat ik God kan weerstaan, of waarom denkt de wereld mij te kunnen doen loochenen wat ik werkelijk heb gezien? Want ik had een visioen gezien; ik wist het, en ik wist dat God het wist, en ik kon het niet loochenen, noch durfde ik dat; in ieder geval wist ik dat ik God daarmee aanstoot zou geven en onder veroordeling zou komen.'

 

Meer over "Joseph Smith"